Het ongelijk van Johan Cruijff

voetbal fairplaySport verbroedert, meedoen is belangrijker dan winnen en sport levert een belangrijke positieve maatschappelijke bijdrage. Natuurlijk, in theorie heeft Cruyff gelijk, sport zou mensen bij elkaar moeten brengen en zou inderdaad een positieve bijdrage moeten leveren aan de ontwikkeling van het kind. Het leren van discipline, winnen én verliezen, samenwerken en sociale ontwikkeling bij kinderen en volwassenen. In theorie klopt het allemaal, maar een zoveelste weekendje langs de sportvelden overtuigt mij steeds meer van een tegengestelde ontwikkeling. Natuurlijk niet altijd aanwezig, maar geleidelijk aan wel steeds vaker. Cruyff lijkt geen gelijk te krijgen.

De belangen die een wedstrijd Real Madrid – FC Barcelona kent, lijken zich tot aan het laagste niveau van de F-jes te ontwikkelen. Wat gebeurt er werkelijk op de velden? In het begin van het seizoen hoor je vaak nog de werkelijke normen en waarden van de sport doorklinken bij een eerste bijeenkomst voor spelers en ouders: “iedereen speelt even veel, staat op een positie waar hij/zij plezier heeft, individuele ontwikkeling en plezier staat voorop en afspraak is afspraak”. Daarin hoor je het samenwerken, sociaal respect, meedoen is belangrijker dan winnen en verliezen én winnen doe je met z’n allen, luid en duidelijk doorklinken. Je krijgt het gevoel dat we allemaal begrijpen waar het in de sport om gaat.

Hoe anders is de realiteit.
Zodra het spel begint, wordt ook duidelijk dat het loze woorden zijn.De trainer stelt de beste op, de mindere goden in de selectie zullen genoegen moeten nemen met een wisselplek en (veel) minder speelminuten. Wie dat bepaalt? De trainer, een ouder die het in het weekend erbij doet, soms met een KNVB papiertje op zak (wat het vaak nog erger maakt). Volgens welke criteria? De criteria van de trainer, zijn of haar subjectieve invulling met alle andere sociaal politieke argumenten. De vriendjes- en voorkeurspolitiek neemt bezit van de sport. Niet langer speelt iedereen, wel of niet trainen deert sommige spelers niet, zij zijn de Godenzonen van de trainer. Maken zij tien fouten dan wordt het vergoelijkt, maakt een, in de ogen van de trainer, mindere speler één fout dan wordt die gewisseld. Sport van kinderen wordt overgenomen door volwassenen, door ego’s en door winnen ten koste van alles.

En de trainers zelf? Die staan regelmatig als dolgedraaide Bokito’s langs de kant te schreeuwen en te schelden als ze het niet eens zijn met een beslissing. Schelden een spelertje uit als die een fout maakt, behandelen scheidsrechters als oud vuil. Negatief coachen voert de boventoon. Zij doen alsof zij Real Madrid trainen en introduceren maniertjes, zoals de trainer een hand geven bij aankomst en vertrek (anders speel je niet), laten teams 2-3 uur van tevoren verzamelen om de spelers vervolgens 1-2 uur niets te laten doen. Spiegelen zich aan sommige bekende trainers en gedragen zich van-Gaaliaans. Overheersing in plaats van discipline. Zij laten zien hoe belangrijk winnen is, hoe belangrijk zij zelf zijn, ten koste van alles. Maar soms kom je een trainer tegen die vasthoudt aan de sportprincipes. Maar die mij ook vertelt dat hij dan na een verliespartij door ouders intimiderend wordt benaderd omdat hij te positief was in de coaching en iedereen even veel liet spelen. Het is de omgekeerde wereld.

Zeker moet er de wil zijn te winnen, dat hoort bij sport. Maar niet ten koste van het socialiseren van onze kinderen, niet ten koste van maatschappelijke normen en waarden. Want dat is wat er werkelijk gebeurt. Een afspraak is geen afspraak als het gaat om winnen. Vriendjespolitiek is belangrijk om bij die besten te horen. Niet alleen voetbal-, hockey- of sportkwaliteiten zijn bepalend, maar steeds vaker allerlei randzaken. Een scheidsrechter is geen autoriteit, wangedrag langs de lijn lijkt een norm te worden en alles mag wijken voor dat ene doel, jouw eigen glorie momentje. De mooie abstracte woorden aan het begin van het seizoen zijn loos als de daden niet gelijk gericht zijn.

Het lijkt vooral mis te gaan bij teamsporten. Individuele sporten hebben er minder last van. De regels bij individuele sport zijn transparanter, consequenter. Daar kunnen kinderen en volwassenen veel beter mee omgaan. De beste is gewoon degene die wint en daar kan geen vriendjespolitiek, geen beïnvloeding van de trainers of omstanders iets aan doen. Kijk maar hoe snowboarders na een race met elkaar omgaan, winnaars én verliezers. Kijk naar de toeschouwers, iedereen door elkaar. Natuurlijk is er ook daar haat en nijd, maar de inhoud is bepalender. En op een enkeling na kan de individuele sporter op een goede manier met verlies omgaan. Omdat er tijdens de wedstrijd maar één persoon iets te verwijten valt, de sporter zelf.
Het gaat mis op het moment dat er een teamgebeuren ontstaat, zoals de achtervolging schaatsen voor landenteams op de Olympische Spelen dat mooi illustreert. Je hebt een reserve nodig, dat was Jochem Uytenhage. En die weet dat hij reserve is. Maar volgens het principe meedoen is belangrijker had je hem natuurlijk zonder problemen mee kunnen laten doen in de eerste wedstrijden tegen de zwakke landen van het schaatsen, een echt team dus, echte samenwerking, één voor allen en … en niet alleen op papier. Dan had je die wedstrijden nog steeds met twee vingers in de neus gewonnen, maar had iedereen zich gewaardeerd gevoeld, ook Jochem. We weten wat er uiteindelijk gebeurde. Winnen en ego’s werden belangrijker dan de sport zelf. Dat is wat teamsporten steeds vaker doen.

Als ik langs de velden loop dan zie ik een maatschappelijke ontwikkeling die ons grote zorgen zou moeten baren. Steeds verder verhardend, steeds asocialer en alleen nog samenwerken om te winnen en zelf belangrijker te worden. De kinderen wordt al jong geleerd dat vriendjespolitiek effectief is, dat asociaal gedrag loont en het eigen ego en winnen allesbepalend zijn. De graaicultuur in wording, jong geleerd en straks oud gedaan.

Trainers zijn niet bij machte dit te keren, de clubbesturen evenmin. Dan is het aan de bonden om de regels bij teamsport niet langer alleen op basis van aantrekkelijkheid van het spel of het vergroten van inkomsten in te richten, maar het herstellen van de oorspronkelijk waarden, maatschappelijke bijdrage en sportprincipes centraal te stellen bij de regelvernieuwingen. Overweeg, bijvoorbeeld, ook bij voetbal alle teams door te laten wisselen, bij wedstrijdformulieren altijd de trainers te beoordelen op gedrag, zorg te dragen voor gelijke inbreng en kansen van spelers en kaders neer te zetten waaraan clubs van teamsporten moeten voldoen.

Fairplay en respect gaat niet over financieel op orde en een armbandje met respect. Begin niet aan het einde maar begin aan de basis. Die basis begint bij de amateurclubs van voetbal, hockey etc, bij hun besturen, hun trainers. Het gaat over het terugbrengen van socialiseren van mensen, het terugbrengen van die oude sportnormen en -waarden.

Zodat Cruyff in de toekomst hopelijk wel gelijk krijgt…..