Het failliet van de (Nederlandse Zorg) Autoriteit

NZADe Nederlandse Zorg Autortiteit (NZA) bestaat sinds 1 oktober 2006. Zij houdt toezicht op de Nederlandse zorgmarkt, komt voort uit de wet marktordening gezondheidszorg en valt onder het toezicht van de minister van VWS. De minister is, zo staat te lezen op de website van de NZA, politiek verantwoordelijk voor de NZA. Het doel van het toezicht dat de NZA houdt is een marktsituatie te creëren waarin consumenten erop kunnen vertrouwen dat de zorgmarkt goed werkt en iedereen daarin haar wettelijke verplichtingen nakomt. Daarmee beschermt zij de consument door betaalbaarheid, keuzevrijheid, rechtspositie en transparantie te bewaken.

Het is nogal wat. En allemaal in het belang van de burger. Tot zover niets mis mee en lijkt het een goede zaak. En met dat gevoel ging iedereen op 2 oktober 2006 naar bed en ging rustig slapen. Want het was goed zo, de NZA zou over ons waken en onze zorgen waren voorbij. Tot klokkenluider Arthur Gotlieb een dossier openbaarde over misstanden bij de NZA. Weg nachtrust, weg vertrouwen. Ruw wakker gemaakt. Want er gaat nogal wat mis bij de NZA. Om de twee meest bekende zaken maar te noemen. Patientendossiers waren slecht beveiligd bij de NZA en rapporten werden door de NZA naar eigen inzicht aangepast.

Als een arts of ziekenhuis haar dossiers zou beveiligen zoals de NZA dat doet dan staat Nederland op haar kop. Televisieploegen rukken uit, persconferenties zijn niet van de lucht, ziekenhuisdirecteuren en artsen worden ontslagen en aan de schandpaal genageld en de Inspectie voor de Volksgezondheid slaat hard en luid de trom. Hoe anders is dat bij de NZA. Er is wel wat gedoe maar, in relatie tot de ernst, is dat eerder een heel zwak roffeltje. De Inspectie is al helemaal nergens te bekennen. Kennelijk zijn de vertrouwelijkheid normen die zij hanteren voor ziekenhuizen en artsen, als het gaat om patiënten gegevens, niet van toepassing op de NZA. Wordt ook best lastig, immers de Inspectie werkt nauw samen met de NZA. Maar bijzonder blijft het, die afwezigheid van de Inspectie.

En dan het weglaten van cijfers over ziekenhuizen. Daar gaat de NZA haar boekje volledig te buiten. Wat zij in feite doet is een interpretatieslag maken van de gegevens die zij verzameld. Zij heeft die opdracht niet, zij heeft een ultieme onafhankelijkheid. Door een interpretatieslag te maken gaat zij op de stoel van de politiek zitten, zij neemt een actieve politieke rol in. En als een dergelijke, niet wenselijke, interpretatieslag al wordt gemaakt dan moet je daar transparant en open over zijn en verschillende perspectieven willen bekijken. En ook dat doet zij niet, nota bene het orgaan dat transparantie van anderen eist.

Waarom zou zij die gegevens weglaten? We weten allemaal dat de zorg financieel wordt uitgeknepen als een citroen. Het zou onwenselijk zijn als duidelijk wordt dat er door dat uitknijpen een nauwelijks nog levensvatbare zorgmarkt ontstaat met een groot risico op verlies van kwaliteit en een verslechtering van de patiëntenpositie. Dat is niet wat het kabinet en de minister, maar ook de Tweede Kamer wil horen. Immers dan moeten we de plannen heroverwegen, verdwijnt het vertrouwen in hun plannen en knijpen we in feite een droge citroen kapot. En dus doen we alsof er geen probleem is ontstaan door het uitknijpbeleid. Zodat we vrolijk verder kunnen uitknijpen met uiteindelijk de patiënt die de rekening betaald. De grootste belanghebbende van het weglaten van negatieve gegevens in het rapport is in feite de politiek zelf, die door kan gaan met de kaalslag die zij veroorzaakt.

Het doet je vrezen voor andere interpretatieslagen die de NZA maakt. Als zij hier al geen probleem in zien dan is het niet ondenkbaar dat zij in andere dossiers ook vooringenomen standpunten meenemen in hun besluitvorming. En beïnvloed zij de politiek, de zorgmarkt en vormt een bedreiging voor de democratie.

En de minister, de eindverantwoordelijke voor de NZA? Die zegt, “dat wist ik niet”! Dat is toch wel heel bijzonder. Als een ziekenhuisdirecteur of arts van dergelijke praktijken niets af zou weten dan kan die vertrekken. Zeggen dat je niet wist wat jouw ondersteuner deed is in de zorg namelijk een zonde, dan had je het toezicht beter moeten regelen. Het geeft in ieder geval een ontluisterend inzicht in de betrokkenheid van VWS. Kennelijk is het toezicht op de NZA volstrekt onvoldoende geborgd. En dat is de minister wel degelijk aan te rekenen. Laten we andere vragen die opkomen, zoals ‘ wisten de ambtenaren van het eerste niet gecorrigeerde rapport af?’ maar even buiten beschouwing. Als dat zo zou zijn wordt het nog kwalijker. Zelfs als de cijfers onvoldoende onderbouwd zouden zij, zoals de minister leek te suggereren, dan had de NZA nog steeds de cijfers moeten presenteren, maar met kanttekeningen. Weglaten en dus interpreteren is niet haar taak.

Het spitst zich nu toe op de NZA maar er is veel meer aan de hand. Dit kan niet los worden gezien van vele vergelijkbare gebeurtenissen. Denk daarbij aan de fraude in de wetenschap, de fraude bij KPMG, fraude bij economiestudenten, recente vlees- en voedselschandalen, (lokale)politici die het niet zo nauw nemen etc.

Niet zo vreemd dat het vertrouwen van de burger in de politiek en haar maatschappelijke verantwoordelijkheid tanende is. En de politiek zelf? Die houdt vast aan oude dogma’s, partij-ideologie en ad hoc brandjes blussen. Terwijl er een structurele verandering van onze politieke en democratische basis nodig is. De wereld om ons heen verandert razendsnel, oude normen zijn ingrijpend gewijzigd en de politiek blijft zich nog steeds binnen oude prehistorische partijnormen bewegen. Kan die snelheid van verandering niet meer bijbenen. Verliest, zo lijkt het, steeds meer het contact met de veranderde en veranderende maatschappij en haar burgers.

“Ik wist dat niet” lijkt mij dan ook een volstrekt onvoldoende antwoord en laat zien dat politici zich nog steeds niet realiseren wat hier werkelijk gebeurt.
Het kost steeds meer moeite om met vertrouwen te gaan slapen.