Onze eigen bacterieen verantwoordelijk voor ziekte en gezondheid

Een tweetal publicaties deze week, die ogenschijnlijk niets met elkaar hebben te maken, tonen het belang aan van onze eigen bacterien.

Het eerste onderzoek (1), gepubliceerd in Nature, gaat over het verhoogde risico op het krijgen van een inflammatoire darmziekte door de aanwezigheid van melkvet. In het onderzoek krijgen de proefdieren een dieet verrijkt met van melk afkomstige vetstoffen. Belangrijk daarbij is  te realiseren dat mellkvet tegenwoordig vaak wordt gebruikt bij voedingsstoffen. Deze verzadigde vetten zijn moilijk door het lichaam te verteren en veroorzaken een verhoogde galproductie. Deze galproductie veroorzaakt op haar beurt weer een verandering van de bacterie samenstelling in de darmen, waarbij vooral de bacterie Bilophila wadsworthia veel meer voorkomt dan normaal het geval. Zijn mensen daar (mogelijk ook genetisch) gevoeliger voor dan kan dat leiden tot darmproblemen.

Van belang is te realiseren dat dit niet betekent dat melk slecht is of darmaandoeningen kan veroorzaken. Immers melk bestaat slechts voor een klein deel uit dit vet en is samengesteld uit heel veel andere stoffen. Wat wij tegenwoordig echter doen is slechts één stof daaruit te halen en die op een onnatuurlijke manier te verwerken in onze voeding. Wat uiteindelijk een veel hogere inname van melkvet veroorzaakt. Theoretisch kan het dus zijn dat het staken van melkprodcuten een verbetering geeft omdat daarmee het totale aanbod van melkvet wordt verlaagd. Maar dat de oorzaak niet de melk zelf is, maar de onnatuurljik aangeboden hoeveelheid melkvet in andere voedingsproducten. En dan denken we dat melk het probleem is, maar ligt het probleem in het onnatuurlijke melkvet in voeding. Het is het zoveelste bewijs dat onze onnatuurlijke manipulatie van voeding negatieve effecten kan veroorzaken.

Het tweede onderzoek (2) kwam uit een heel andere hoek. Het betrof meerdere onderzoeken waarbij gekeken is naar het DNA van bacterien bij 242 volwassenen. De uitkomsten zijn opmerkelijk. De samenstelling van de aanwezige bacteriesoorten verschilt tussen de personen in hoge mate. Terwijl over de tijd de samenstelling bij één persoon weinig verschuift. Bijzonder genoeg blijkt de samenstelling tussen personen die dicht bij elkaar in de buurt leven verschilt veel minder dan als zij niet dicht bij elkaar leven. Daarnaast zijn er grote verschillen in bacterie samenstelling afhankelijk van de plaats op/in het lichaam. De taken die deze bacteriestammen uitvoeren op een specifieke plaats zijn tussen mensen vrijwel hetzelfde ook al verschilt de bacteriesamenstelling. Bij de ene persoon kon een bacteriestam zeer frequent voorkomen terwijl dit bij een andere persoon niet voorkwam terwijl uiteindelijk toch dezelfde functies werden vervuld door het totaal aan bacteriestammen.

Er komen zijn in en op ons lichaam meer bacterien te vinden dan de totale hoeveelheid lichaamscellen die wij hebben. De samenwerking tussen bacterien en lichaamscellen is essentieel om gezond te kunnen functioneren. Uit het laatste onderzoek blijkt dat ieder persoon een unieke combinatie van bacteriestammen heeft die dat mogeljk moet maken. Die samenstelling lijkt meer op elkaar naarmate we dichter bij elkaar leven, hetgeen suggereert dat onze leefomgeving bepalend en sturend is in die samenstelling. Dat sluit aan bij het eerste onderzoek. Immers dat onderzoek laat zien dat verandering van die leefomgeving, door bijvoorbeeld tegenwoordig melkvet toe te voegen aan allerlei voeding waar dat van nature niet in thuis hoort, uiteindelijk een verandering van bacteriesamenstelling veroorzaakt. Wat uiteindelijk weer tot gevolg heeft het hogere risico op ziekte. et een toename van ziektebeelden waarvan artsen niet begrijpen waar de oorzaak ligt.

Het toont wederom het belang van onze leefomgeving aan en toont tevens aan dat daaraan sleutelen negatieve gevolgen kan hebben. Zeker als we de invloeden van ons ingrijpen niet goed overzien. Dat we dat onvoldoende overzien blijtk niet alleen uit dit onderzoek, maar uit veel meer van dergelijke onderzoeken. Zeker in de voeding zijn zeer veel aanpassingen gedaan in een zeer korte periode waaruit achteraf pas duidelijk wordt wat de gevolgen zijn, zoals het toevoegen van melkvet. Zouden al die veranderingen in onze voeding werkelijk vooral positief zijn, zoals fabrikanten ons vaak doen geloven, dan zou de bevolking inmiddels topfit moeten zijn en fluitend een 10 km hardlopen moeten aankunnen. Het tegendeel is echter waar.

 

1. http://www.nature.com/nature/journal/vaop/ncurrent/full/nature11225.html

2. http://www.nature.com/nature/journal/v486/n7402/full/nature11234.html

Leave a Reply