Scholieren blijven vaker zitten

Scholieren blijven vaker zitten

Recent zijn de nieuwe gegevens van het basis en middelbaar onderwijs gepubliceerd. Een opmerkelijk en zorgelijk beeld. In Nederland heeft 22% van de 15 jarige een klas moten overdoen. Sinds 2008 neemt het aantal zittenblijvers duidelijk toe. Daarbij blijven de meeste kinderen in 4HAVO zitten, ruim 18%. In de onderbouw valt het aantal zittenblijvers niet op, omdat zij op dat moment terugvallen naar een lagere schoolvorm. Hoe groot dat percentage is ten opzichte van 2008 is niet meegenomen. Waarschijnlijk is dat de cijfers nog ongunstiger uitvallen als zij ook worden beschouwd als zittenblijvers, wat feitelijk ook het geval is.
Op sommige scholen moet daarom de kwaliteit worden verbeterd volgens de Inspectie van Onderwijs.
Mogelijk is er echter een andere, meer voor de hand liggende reden, voor de achteruitgang van ons onderwijs. Een voor de hand liggende conclusie is dat de hervormingen in het onderwijs niet hebben geleid tot een verbetering van het niveau van de leerlingen en dat de oude structuur kennelijk een beter rendement opleverde. Begrijpelijk dat vooral beleidsmakers daar niets van willen horen, maar de investeringen staan niet in verhouding tot de opbrengsten van de hervormingen.
Het sluit aan bij de constatering dat het slagingspercentage van het middelbaar onderwijs gestaag daalt. Het is triest dat veranderingen door overheden zelden gepaard gaan met goede analyses vooraf. Wat is de noodzaak om te veranderen, op welke punten en wat gaat een verandering daaraan bijdragen? Dat moet duidelijk zijn voor de verandering. Net als duidelijk moet zijn wat je mag verwachten en hoe je dat gaat vervolgen en controleren. Met de afspraak dat als het niet werkt de zaak wordt teruggedraaid. komt nog bij dat in de Tweede Kamer vaak nog handjeklap nodig is omdat het totale pakket van veranderingen niet wordt geaccepteerd. En uiteindelijk sommige onderdelen van het oorspronkelijk plan verdwijnen en andere worden toegevoegd, waardoor de kracht van het totale pakket wordt verzwakt. En omdat dit alles gebeurd krijgen we de rekening pas aan het einde van de totale opleiding gepresenteerd. De effecten van de onderwijshervormingen (met veranderingen in het vakkenpakket, begrijpend rekenen, toename van “pretvakken etc.) worden nu pas duidelijk. De rekening komt helaas bij de kinderen te liggen en dat had veel beter gekund.

Leave a Reply